Opsporingsvergunning – wat nu?

Hoe verloopt het bestuurlijke proces van vergunning tot boring voor onconventionele fossiele brandstoffen, en wat is de rol van gemeente en provincie hierin?

Dit proces begint wanneer een olie- en gasbedrijf besluit een aanvraag bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in te dienen voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen (de Nederlandse mijnbouwwet maakt in principe geen onderscheid tussen welke “soorten” olie of gas gewonnen mogen worden, of uit welke formaties) – deze vergunning geeft een bedrijf het exclusieve recht om binnen een afgebakend gebied de aanwezigheid en winbaarheid van olie en/of gas te onderzoeken door middel van het uitvoeren van proefboringen. Het ministerie publiceert vervolgens, in overeenstemming met Europese aanbestedingsregels, een uitnodiging voor het indienen van concurrerende aanvragen voor dit gebied.

Na een periode van 13 weken vanaf de datum van publicatie wordt bekend gemaakt of er concurrerende aanvragen zijn ingediend, en gaan de ingediende aanvragen een adviseringsstadium in. Hierin wordt advies gevraagd aan Staatstoezicht op de Mijnen, TNO, en de Technische Commissie Bodem over de inhoud van de bij de aanvraag ingediende plannen, en de technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager. Ook de desbetreffende provincie(s) wordt om advies gevraagd, maar in de praktijk is gebleken dat de adviserende rol van de provincie erg beperkt is: zo heeft de provincie Gelderland in 2009 een negatief advies gegeven over de vergunningsaanvraag van het Australische bedrijf QGC om steenkoolgas te winnen in vergunningsgebied Oost-IJssel, maar dit advies is door de minister naast zich neergelegd en de vergunning is toch verleend. De minister van EL&I bepaalt uiteindelijk of en aan wie de opsporingsvergunning verleend wordt.

Met een opsporingsvergunning op zak zal het olie- en gasbedrijf vervolgens een geschikte plaats bepalen om een boring uit te voeren. Voor de locatie waar deze proefboring zal plaatsvinden is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning nodig, waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Echter, als de beoogde boorlocatie in een beschermd natuurgebied ligt, of als de minister om enige andere reden besluit een beroep te doen op de Rijkscoördinatieregeling, dan vervalt de rol van de gemeente en is de minister het enige bevoegd gezag voor verlening van alle benodigde vergunningen. Aangezien energiezekerheid een nationaal belang is, is deze gang van zaken zeer wel denkbaar.

Normaliter kunnen inwoners voor de verlening van een omgevingsvergunning zienswijzen indienen of na verlening in beroep gaan, maar wanneer de minister het gezag overneemt, is het de vraag of zienswijzen door inwoners dan nog gewicht in de schaal kunnen leggen, vooral gezien de ervaring dat negatief advies van de Provincie terzijde wordt geschoven. Ook in beroep gaan tegen een verleende vergunning zal hierdoor een erg moeilijk proces worden. Overigens leert de praktijk in de gemeente Boxtel, waar plannen voor een schaliegas-proefboring tot nu toe het verst gevorderd waren, dat zienswijzen door de gemeente afgedaan werden op grond van onvolledige of onjuiste informatie vanuit het rijk, waarbij onder andere volledig voorbij werd gegaan aan het verschil in risicoprofiel tussen conventionele en onconventionele boringen (pas na het verlenen van 4 opsporingsvergunningen en na verzet vanuit de bevolking tegen deze plannen heeft demissionair minister Verhagen van EL&I toegezegd een onderzoek uit te voeren naar de risico’s en gevolgen van schaliegas en steenkoolgas voor de veiligheid van mens, milieu en natuur). Stichting Schaliegasvrij Nederland hoopt dit verder te voorkomen door zo spoedig mogelijk gemeenten in beoogde vergunningsgebieden op de hoogte te brengen van exploratievergunningsaanvragen, zodat zij de tijd hebben voor het inwinnen van informatie en inspraak van inwoners, en zij niet het proces van het beoordelen van een omgevingsvergunningsaanvraag in gaan op basis van eenzijdige voorlichting.

Maar er is nog een dringender reden waarom Stichting Schaliegasvrij Nederland oproept tot het innemen van een standpunt ten aanzien van onconventionele fossiele brandstofwinning, zelfs al is er (nog) geen sprake van een concrete aanvraag voor een omgevingsvergunning. Als namelijk bij een proefboring ergens in het opsporingsgebied de aanwezigheid van economisch winbaar gas wordt aangetoond, dan is de houder van de opsporingsvergunning verplicht een winningsvergunning aan te vragen bij de minister van EL&I. Wanneer deze winningsvergunning verleend wordt, is de minister tevens het bevoegd gezag voor verlening van alle overige vergunningen, inclusief omgevingsvergunningen. Tevens geldt dat als de opsporingsvergunning omgezet wordt in een winningsvergunning, de winningsboringen overal in het gehele vergunningsgebied kunnen plaatsvinden – oftewel, ook al is er in uw gemeente geen proefboring geweest, maar in een gemeente aan de andere kant van het concessiegebied wel, dan kan uw gemeente alsnog winningsboringen opgedrongen krijgen. Dit is een zeer reëel risico, gezien de hoeveelheid boringen die nodig zijn voor rendabele schaliegaswinning.

Kort samengevat: er is slechts een zeer beperkte mogelijkheid voor gemeenten om zelf te beslissen over boringen binnen de gemeentegrenzen – zelfs al is er geen sprake van een actuele vergunningsaanvraag in een gemeente. Indien de gemeente deze mogelijkheid niet benut, is de kans groot dat zij zich in een situatie gedwongen ziet waarin zij niet zelf mag beslissen over het al dan niet toelaten van boringen, de hoeveelheid en plaatsing van boorlocaties binnen de gemeente, het stellen van (aanvullende) veiligheids- en milieu-eisen, en de duur van het exploitatiescenario.

Stichting Schaliegasvrij Nederland is daarom van mening dat gemeenten en provincies die geen heil zien in onconventionele fossiele brandstoffen, die waarde hechten aan natuurlijke landschapswaarden, een schoon en gezond milieu, of gemeenten en provincies die actief werken aan het behalen van klimaatdoelstellingen, sterker staan als zij reeds vroeg in het proces hun standpunt over de onwenselijkheid van onconventionele fossiele brandstofwinning duidelijk kenbaar maken. Ook geeft dit meer kans om al in een vroeg stadium in overleg te treden met andere gemeenten of provincies in hetzelfde of een ander opsporingsvergunningsgebied, vooral gezien het feit dat er bij het boren naar steenkoolgas of schaliegas meestal gebruik wordt gemaakt van horizontale boringen die enkele kilometers in lengte kunnen bestrijken, en dus ook onder gemeentelijke en provinciale grenzen door kunnen lopen. Schadelijke effecten van onconventionele boringen kunnen zich openbaren in een nog grotere straal. Wij hopen ook dat het advies van de provincie aan de minister meer kracht bijgezet zal worden indien de provincie zich kan beroepen op, en zich gesteund ziet door, een grote hoeveelheid zogenaamde “Schaliegasvrije Gemeenten”.

Wij roepen gemeenten en provincies die onze visie delen dat onconventionele fossiele brandstoffen niet de juiste keuze zijn voor een schone en gezonde toekomst op om zich “Schaliegasvrij” te verklaren, door toe te zeggen geen vergunningen te zullen verlenen of aanpassingen aan bestemmingsplannen te zullen doen die nodig zijn voor het uitvoeren van onconventionele boringen, door het kenbaar maken van dit besluit en het in overleg gaan met andere gemeenten en de provincie, door het kenbaar maken van de bezwaren tegen mogelijke boorplannen aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en door burgers en het betrokken bedrijfsleven te informeren en aan te moedigen initiatieven te ontplooien (zoals het ondertekenen van onze petitie of het opzetten van een actiegroep of campagne). Mocht u daarbij onze hulp kunnen gebruiken, aarzel dan niet om contact op te nemen.

Hieronder enkele suggesties voor vragen in uw gemeenteraad of de Provinciale Staten.

* Is de gemeente/provincie op de hoogte van de aanvraag?
* Is de gemeente/provincie op de hoogte van de protesten van burgers in gebieden waar al exploratievergunningen en zelfs omgevingsvergunningen voor dergelijke onconventionele boringen zijn verleend, zoals de gemeente Boxtel in Brabant?
* Is de gemeente/provincie op enigerlei wijze benaderd door commerciële partijen danwel [de provincie of] het ministerie van EL&I aangaande mogelijke boringen naar onconventionele koolwaterstoffen? Zo ja, wat is er gecommuniceerd? Zo nee, wilt u toezeggen dat wanneer dit in de toekomst wel gebeurt, u de raad direct hierover inlicht?
* Wat is de visie of het standpunt van de gemeente/provincie ten aanzien van boringen naar onconventionele koolwaterstoffen en de risico’s voor mens en milieu die hiermee gepaard gaan?
* Indien de gemeente/provincie deze onconventionele boringen niet wenselijk acht, is zij dan bereid om:
de gemeente/provincie “schaliegasvrij” te verklaren?
-toe te zeggen geen vergunningen te verlenen of aanpassingen aan bestemmingsplannen/structuurvisies te doen die nodig zijn voor het uitvoeren van onconventionele boringen in deze gemeente/provincie?
-gezien de grensoverschrijdende aard van horizontale boringen, in overleg te treden met omringende gemeentes/buurprovincies om informatieuitwisseling over dit onderwerp op gang te brengen, en samen op te trekken tegen eventuele besluiten door de minister van EL&I om vergunningen te verlenen voor boringen ingeval de minister het bevoegde gezag is (dit geldt voor natuurgebieden, maar ook wanneer de minister een aanwijzing geeft in het kader van de Rijkscoördinatieregeling), en anderszins actief op te treden om deze boringen te voorkomen?
*Indien de gemeente/provincie geen bezwaar heeft tegen deze boringen, is zij dan bereid de mening van haar inwoners (raadplegend referendum) over de wenselijkheid van boringen naar onconventionele fossiele brandstoffen te respecteren en als standpunt over te nemen?