Schaliegas: voor hooguit tien jaar genoeg.

Elsevier lijkt het lijfblad te worden van alle schaliegasvrienden en men mag er graag overdrijven. In een recent artikel staat dat er voor maar liefst driehonderd jaar schaliegas in de grond zit. Hoe zit het werkelijk? Laten we eens naar Nederland kijken.

In 2009 bracht EBN (Energie Beheer Nederland) het nieuws in de wereld dat er voor 4 miljoen bcm (bcm = miljard kubieke meter) schaliegas aanwezig zou zijn in de Nederlandse bodem. EBN had dit uit een onderzoek van TNO, waarin met behulp van een computermodel een schatting was gemaakt. Daaruit had EBN de allerhoogst mogelijke schatting genomen, met maar 10% kans dat die gashoeveelheid er ook werkelijk zit. Maar dat is het niet alleen. Een computermodel is net zo goed als de gegevens die je erin stopt. Er kwam forse wetenschappelijke kritiek op de modelstudie waarop die getallen gebaseerd zijn, in tijdschrift ‘Netherlands Journal of Geosciences’ (door de oliegeologen Herber en De Jager). Zij schatten de hoeveelheid werkelijk winbaar onconventioneel gas op weinig meer dan 100 bcm.

In 2011 stelde EBN de schatting van de hoeveelheid schaliegas spectaculair naar beneden bij, van ‘enkele honderden bcm’ aan onconventioneel gas, 10.000 (!) keer lager dan de schatting uit 2009. Niemand die kritische vragen stelde, in pers noch parlement. Het Nederlandse gasverbruik is volgens het CBS in 2011 iets meer dan 45 bcm per jaar. Zelfs met de nog steeds optimistische cijfers van het EBN kom je dan op een gasvoorraad van niet meer dan tien jaar uit, en als het tegenzit niet meer dan twee jaar.

Zo gaat het niet alleen in Nederland. Wereldwijd zijn er grote vraagtekens bij de verhalen over de enorme hoeveelheden schaliegas. Amerikaanse energiedeskundigen spreken van een zeepbel en een pyramidespel. Er zit dus nogal wat gebakken lucht in de cijfers over gasvoorraden: pogingen om investeerders te lokken, of om de publieke opinie ervan te overtuigen dat men de schade aan grondwater, luchtvervuiling en vele boortorens maar moet dulden. Aan visserslatijn is echter geen behoefte in het energiebeleid, daarvoor is het te belangrijk. En verder moeten we voor dit beetje gas ons geen milieu- en economische risico’s willen lopen.