Schaliegas thema in FD

Het Financieel Dagblad van 8 december heeft maar liefst 3 artikelen en een column gewijd aan het thema schaliegas. Een onderwerp waar wij niet over uitgesproken raken, maar helaas is de manier waarop het FD dit onderwerp belicht nogal eenzijdig (nauwelijks een woord over de risico’s en problemen die schaliegas en schalieolie met zich meebrengen!), en valt er op de inhoud van de artikelen het nodige aan te merken. Hieronder ons commentaar (uitgezonderd het artikel “Geopolitieke kaarten opnieuw flink geschud” – daarop wordt op een later tijdstip uitgebreider op ingegaan).

“Europa kan niet achterblijven”
Laten we beginnen met het hoofdredactioneel commentaar. Deze column opent met de woorden “Vanuit Europa is het frustrerend om te zien dat de Verenigde Staten sterk uit de crisis weten te komen.” Die frustratie wordt vervolgens verklaard vanuit het feit dat in de VS ruim baan is gegeven aan de ‘schalie-revolutie’, en in Europa niet. De vraag dient zich daarbij gelijk aan, waarom dat dan precies zo frustrerend is voor de redactie van een financieel-economische krant? Waarom geen aandacht voor de frustraties van mensen in de VS die zich dagelijks geconfronteerd zien met de schadelijke kanten van schalie-energie, zoals luchtvervuiling, vervuild drinkwater, landschapsvernietiging, toegenomen verkeersongevallen? Waarom geen frustraties over de kosten van klimaatverandering, waar schaliegas alleen maar aan meehelpt? De aarzelingen in Europa zijn volkomen terecht: er zijn in de Verenigde Staten inmiddels veel bewezen en goed gedocumenteerde gevallen van ernstige milieuschade veroorzaakt door onconventionele gaswinning. Die milieuschade zal in Europa, met zijn veel grotere bevolkingsdichtheid, veel sterker gevoeld worden.

De rest van het hoofdredactioneel commentaar leunt zwaar op de aanname dat exploitatie van onconventionele fossiele brandstoffen in Europa hetzelfde effect zal sorteren als het tot op heden in de VS gedaan heeft. Die aanname gaat echter voorbij aan de feiten: de markt in Europa PDF, 12MB] is een andere dan die in de VS, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat de gasprijzen hier dusdanig zullen dalen dat ze ons uit het economische slop zullen trekken. Maar mocht dat wel het geval zijn, dan brengt ons conventionele gas ook minder geld in de staatskas. Want het FD lijkt voor het gemak te zijn vergeten dat Nederland momenteel ook al gas exporteert (jaarlijks zelfs meer dan dat we zelf verbruiken) – waarom zou schaliegas ons uit de crisis kunnen halen als het tegen lagere productiekosten winbare Slochteren gas dat nog niet heeft gedaan?

Bovendien is er voor wat betreft het Nederlandse schaliegas ook een groot verschil met het Amerikaanse: namelijk de schaal. De Verenigde Staten bestrijken nogal wat meer oppervlak van de aarde dan Nederland, en waar de VS grote stukken “leegte” kent, is Nederland een stuk voller en dichtbevolkter. Er zal hier simpelweg veel minder schaliegas gewonnen kunnen worden – een druppel op de gloeiende plaat, vooral wanneer andere Europese landen met uitgestrektere schalieformaties ook besluiten tot ontginning.

Er is al genoeg geschreven over bevoordeling van fossiele energie door subsidies danwel overheidsbijdragen op andere wijze ten opzichte van duurzame energie, maar daar komt bij dat werkelijke kosten van vervuiling en milieu-impact door fossiele energie niet meegerekend wordt, en dat schaliegas op dat vlak ook nog eens slechter scoort dan conventioneel gas (niet alleen door broeikasgasemissies, maar ook door aspecten als industrialisatie van landschap door boorlocaties en zandwinlocaties waardoor biodiversiteit terugloopt, extra benodigde infrastructuur en transportbewegingen, de grote hoeveelheden zoet water die onbruikbaar achterblijven in de diepe ondergrond). In de VS zijn bij de recente lage gasprijzen veel schaliegasprojecten onrendabel geworden. Hierdoor hebben exploratie- en productiebedrijven hun focus verlegd naar meer rendabele olie- en condensaat voorkomens. In Europa, waar de boorbedrijven in tegenstelling tot in de VS hopelijk geen vrijstelling genieten van belangrijke milieuwetgeving en waar minder ruimte beschikbaar is om te boren, zullen de kosten van boringen hoger liggen. Of de schaliegas-industrie in Nederland de eigen broek kan ophouden valt dus nog maar te bezien, maar voorlopig hoeven ze zich daarover geen zorgen te maken, immers, de overheid heeft via EBN een deelneming van 40%, en deelt daarmee dus ook in de kosten.

Uit het hele FD thema spreekt ook de opvatting dat de productie van schaliegas in de VS zal blijven stijgen; echter, dit is maar zeer de vraag. In een reactie van Bernstein Research op de optimistische cijfers over schaliegas en schalieolie uit de VS en uit eerder onderzoek van olie-analist Arthur Berman blijkt dat de productie van schaliegas in de VS dit jaar is gestagneerd. Deels is dit te verklaren vanuit de extreem lage prijzen die de industrie in de VS nu even wat ademruimte geven. Maar tegelijkertijd doen deze lage prijzen tal van in fracking gespecialiseerde bedrijven de das om, en dwong het onder andere BHP Billiton en Shell om flink af te boeken op de waarde van hun reserves. Een ander deel van de verklaring is de enorm snelle uitputting van een schaliegasvoorkomen. 80% van de productie vind plaats in de eerste paar jaar. Om de productie op niveau te houden zijn veel hogere gasprijzen nodig en een continuering van de enorme booractiviteit die in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Het probleem daarbij is echter dat de makkelijk vindbare en winbare voorkomens, de zogenaamde “sweet spots”, de afgelopen jaren al zijn aangesproken. Nieuwe schaliegasvoorkomens zullen moelijker winbaar zijn, en dus nog kostbaarder om te exploiteren. Dat maakt dat de enorme stijging in productie die de afgelopen vijf jaar te zien was wellicht niet door zet – ook niet als de gasprijs weer omhoog veert. Schaliegas kon wel eens een zeepbel blijken met een erg beperkte houdbaarheid.

“Europa flirt schoorvoetend met ontginning van schaliegas”
In het artikel “Europa flirt schoorvoetend met ontginning van schaliegas” beweert het FD dat Polen genoeg schaliegas zou hebben om “ten minste de komende driehonderd jaar aan de nationale vraag te voldoen”. Klinkt indrukwekkend, maar klopt het ook?

Polen is inderdaad, zoals het FD artikel stelt, een van de eerste, zo niet hèt eerste Europese land geweest dat de deur wagenwijd openzette voor schaliegas, met de aspiratie om minder afhankelijk te worden van import van gas uit het grillige Rusland. Daarvoor dienden buitenlandse investeerders en exploratie- en productiebedrijven met ervaring in schaliegas aangetrokken te worden. Dan is het natuurlijk gunstig om te kunnen pronken met grote voorraden mogelijk winbaar schaliegas, bijvoorbeeld “meer dan 300 jaar aan nationale consumptie!” Dat getal haalden de Polen uit het rapport “World Shale Gas Resources: An Initial Assessment of 14 Regions Outside the United States” waarin volgens het Amerikaanse EIA (Energy Information Administration) Polen1 beschikt over 187 Tcf (trillion cubic feet) aan technisch winbaar schaliegas (“technisch winbaar” betekent precies dat: technisch kan het gewonnen worden. Of het ook daadwerkelijk uit de grond gehaald wordt hangt ook af van de vraag of het economisch rendabel is). 187 Tcf komt neer op zo’n 5300 Bcm (billion cubic meter = miljard kubieke meter, klik hier voor omrekenhulp), bij een gesteld nationaal jaarlijks verbruik van 14,5 Bcm zou dat zo’n 365 jaar aan schaliegas opleveren.

Echter, het Pools Geologisch Instituut heeft al in maart 2012 deze verwachtingen drastisch verlaagd, van “meer dan 300 jaar” naar “ongeveer 35-65 jaar” bij een verbruik van 14,5 Bcm (billion cubic meter = miljard kubieke meter) per jaar. Overigens, de laatste keer dat Polen ongeveer 14,5 Bcm aan aardgas verbruikte was ergens in 2002. In 2010 lag het Poolse verbruik al op 17,2 Bcm, waardoor er nog voor zo’n 20 tot 45 jaar over zou blijven bij gelijkblijvend gebruik in de toekomst.

De Amerikaanse geologische dienst USGS schatte de Poolse voorraden vervolgens nog lager in, namelijk gemiddeld 38,1 Bcm. Let wel: dit is volgens USGS de totale hoeveelheid winbare schaliegas in Polen – goed voor zo’n 2 jaar gebruik dus. Dit gegoochel met voorraden is overigens geen uitzondering: in de VS, maar ook in Nederland, zijn de geschatte voorraden al stevig naar beneden bijgesteld. In Nederland is de huidige schatting dat er voldoende schaliegas winbaar is om 4 tot 10 jaar in de binnenlandse behoefte te voorzien.

Volgens het FD artikel is Pools schaliegas overigens nog geen succes, de redenen die de schrijver van het artikel daarvoor geeft zijn “het onzekere juridische systeem en het langdurige proces dat nodig is om de bronnen te testen”. Ook dit is slechts ten dele waar. Onlangs heeft Polen een voor de schaliegasindustrie zeer gunstig belastingregime ingevoerd, waardoor het aantrekkelijker zou moeten worden voor buitenlandse gasproducenten en investeerders. Echter, ExxonMobil heeft dit niet eens afgewacht, en maakte in juni al bekend dat ze wegens tegenvallende boorresultaten zich terugtrokken uit het Poolse schaliegas. Ook 3-Legs Resources heeft concessiegebieden laten vallen na tegenvallende resultaten, en ook Total heeft inmiddels de plannen voor schaliegasboringen in Polen in de ijskast gezet. Dit zou erop kunnen wijzen dat de volgende officiële schattingen van het Pools Geologisch Instituut, waarbij ze gebruik zullen maken van bij de huidige boringen verkregen data en zich niet enkel baseren op extrapolaties van productiecijfers van Amerikaanse schaliegasboringen, nog wel eens lager zouden kunnen uitvallen.

“Energiefeest met een bijsmaakje”
Een smakelijk artikel in dit schaliegas thema van het FD, maar dan wel dankzij een portie kunstmatige smaakstoffen. Zo kunnen we lezen dat “de kiem voor de Amerikaanse energierevolutie zou zijn gelegd door een groep ontslagen geologen”, die zich “al dan niet uit rancune” jaren geleden op het probleem om gas uit keiharde schalielagen te halen zouden hebben gestort. Misschien dat de FD redactie iets teveel naar de tv-serie Dallas heeft gekeken, maar de werkelijkheid is een stuk minder smeuiig: de schaliegasrevolutie kwam tot stand door een decennialange samenwerking tussen de gasindustrie en de Amerikaanse overheid, die er de nodige belastingdollars aan spendeerde. Zie bijvoorbeeld dit rapport [PDF, 3MB] of een verkorte versie in dit artikel.

De schrijver van dit artikel vertelt verder dat pas sinds een jaar of vijf de productie van schaliegas een grote vlucht neemt – klopt, maar hij vergeet erbij te vermelden dat dat meer specifiek sinds 2005 is, en dat die grote vlucht in dat jaar mogelijk gemaakt werd doordat op voorspraak van Dick Cheney, toenmalig vice-president en voormalig CEO van Halliburton (bedrijf dat producten en diensten levert aan de olie- en gasindustrie), de voor schaliegas-exploitatie onontbeerlijke techniek van hydraulic fracturing vrijgesteld werd van belangrijke milieuwetgeving, zie dit rapport [PDF, 0,5MB].

De argumenten van klimaatscepticus Lomborg die aangehaald worden in dit artikel gaan totaal voorbij aan negatieve aspecten van schaliegas die niet direct met klimaat te maken hebben (zoals waterverbruik, destructie van biodiversiteit door natuurversnippering, gebruik van schadelijke chemicaliën, gezondheidsrisico’s), maar ook aan het feit dat er bij schaliegaswinning naast CO2 ook CH4 (methaan) vrijkomt, een minstens 25 keer sterker broeikasgas dan CO2. Ook de mogelijkheid dat de reductie van CO2 emissie in de VS wel eens andere oorzaken zou kunnen hebben, komt in de rest van het artikel niet aan bod. Dat uiteindelijk schaliegas net zo min een oplossing is voor het klimaatprobleem als kolen dat zijn, en dat schaliegas duurzame energie dreigt te verdrukken, twee zaken die ook door het IEA bevestigd worden, zijn de waardevolle opmerkingen in dit artikel (jammer alleen de wetenschappelijke consensus over het klimaatprobleem genegeerd wordt).

Conclusie
De artikelen in dit thema van het FD laten de negatieve aspecten van schaliegas en -olie teveel buiten beschouwing, de beweringen die erin aangedragen worden zijn niet altijd feitelijk, en ook de redenering over het economische heil dat schaliegas teweeg zou brengen rammelt. Het grootste gebrek van de redactie van het FD is echter dat zij over het hoofd ziet dat de poging om in Europa de Amerikaanse “schalierevolutie” te reproduceren zou betekenen dat we Europa’s échte kans om de economische malaise te keren laten liggen: de kans die de duurzame revolutie ons biedt om nu een voorsprong te nemen op de landen die hardnekkig blijven vasthouden aan het destructieve, dure, en uiteindelijk eindige fossiele regime. Ooit was Nederland een speler van betekenis in die revolutie, een positie die we helaas hebben laten varen. Als we de boot naar een duurzame economie niet voorgoed willen missen, kunnen we het ons inderdaad niet veroorloven om afzijdig te blijven in de schalierevolutie – alleen niet op de manier die het FD in gedachten heeft. Dit zal bij de fossiel gepreoccupeerde redactieleden misschien leiden tot nog meer frustratie, maar hun kinderen en kleinkinderen zullen des te dankbaarder zijn voor de beslissing om niet mee te lopen met de schalierevolutie. Deze revolutie is namelijk geen revolutie, maar tot het bittere einde doorgaan met hetzelfde wat we nu al doen – het opstoken van de laatste restjes fossiele brandstoffen.

1 Zowel het EIA rapport als de andere genoemde rapporten beperken zich tot de aaneengesloten Baltic-Podlasie-Lublin basins, die samen als meest kansrijke gebied voor schaliegas-extractie worden gezien.