Vrijhandelsverdrag beperkt vrijheid om zelf over schaliegas te beslissen

Voorstanders van schaliegas beweren graag dat de milieuwetgeving in Europa zoveel beterceta3 is dan in Amerika, en dat schaliegaswinning in Europa daarom veiliger zou zijn. Maar via de achterdeur van een nieuw vrijhandelsverdrag, CETA, kunnen schaliegasbedrijven die milieuwetgeving wel heel eenvoudig aanvechten, buiten de nationale democratie en buiten de rechter om. Het blijkt dat dit verdrag de vrijheid van ons land, om zelf over winning van schaliegas te beslissen ernstig zou kunnen beperken.

Het CETA verdrag lijkt op het Amerikaans-Canadese NAFTA verdrag. Een Amerikaanse schaliegas-investeerder, Lone Pine, vecht met behulp van dit verdrag een moratorium op schaliegasboringen aan, ingesteld door de regering van Quebec. De regering van Quebec wordt nu bedreigd met schadeclaims van honderden miljoenen. De Canadese rechter is hiervoor niet nodig; de uitspraak van een economische commissie waarop geen enkele democratische controle is, is daarvoor voldoende.

Bij vrijhandelsverdragen zoals CETA en NAFTA wordt regelgeving op het gebied van milieu vaak gezien als een ‘technische belemmering’ van de vrije handel, waardoor schoon water, schone lucht en het klimaat vogelvrij verklaard kunnen worden. Als schaliegas wordt toegestaan in Nederland, maar later blijkt dat men op dit besluit moet terugkomen vanwege milieu-schade of de wetgeving moet aanpassen, dreigen hoge boetes voor de overheid.

Schaliegas en CETA maken ons dus niet onafhankelijk, integendeel. Het ontneemt ons de kans om zelf nog enige invloed uit te oefenen op de kwaliteit van onze woonomgeving en ons leven.