Boorlokatie Boxtel lag op een breuk

boorlokatiesbreukenWe hebben ons altijd afgevraagd waarom het Ministerie van Economische Zaken bij het onderzoek naar milieu en veiligheid van schaliegas (het ‘Witteveen en Bos rapport’) maar niet wilde dat werd ingegaan op ‘lokatiespecifieke omstandigheden’ – de situatie bij de beoogde boorlocaties. Als je geologische gegevens met de boorlokaties vergelijkt blijkt waarom.

In het rapport van Witteveen en Bos wordt aangegeven dat je beter niet in de buurt van actieve breuken in de ondergrond kunt fracken. Dan is het risico op aardbevingen en lekkages van fracking vloeistof groter. In Nederland zijn veel breuken, vooral in Brabant. Als je de boorlokaties in Brabant op een kaart van de breuken plot, dan blijkt de boorlocatie in Boxtel precies bovenop zo’n breuk te liggen – zie het kaartje hiernaast. Dat is typisch zo’n ‘locatiespeciefieke omstandigheid’.

In het plaatje hiernaast staat de enige informatie die het WBbreukenrapport van Witteveen en Bos bevat over de ligging van breuken. De onderzoekers hadden ook de beschikking over bovenstaande breukenkaart – die is afkomstig van TNO en gewoon op internet te vinden (www.nlog.nl). Waarom is die informatie niet in het rapport opgenomen? Was dat te lokatiespecifiek? Of mochten de inwoners van Brabant dit niet zien van het ministerie?