Schaliegas: duizenden boringen.

Flare-24Een ongemakkelijke waarheid van schaliegas is het grote aantal boringen dat nodig is. Daar wordt het liefst over gezwegen. Ook over het aantal proefboringen wordt erg schimmig gedaan. Toch bepaalt het aantal boringen vooral hoe groot de invloed van schaliegas op onze woonomgeving en de natuur is.

Eerst de proefboringen. Vaak wordt er gezegd: laten we nu een paar proefboringen doen, dan weten we hoeveel gas er is. Maar dat weet je niet na een paar proefboringen. Of zouden al die geologen geen verstand van statistiek hebben? Om een statistich betrouwbare schatting van de voorraden schaliegas te maken heb je veel meer proefboringen nodig dan een paar – tientallen eerder. Van de Amerikaanse schaliegasvelden waren pas na een paar honderd boringen enigszins betrouwbare schattingen bekend.

Als de gaswinning echt op gang komt, komen er veel meer boringen. Voor de Posidonia schalie alleen al kom je op minstens 5780 boorputten in Brabant en Zuidholland uit, als je al het gas uit die laag zou willen halen. Hiermee houden we rekening met een lengte voor de horizontale delen van de boringen van gemiddeld 2000 meter en een onderlinge afstand van 400 meter. Dit is afgeleid uit een door Halliburton in opdracht van EBN opgesteld rapport, en het oppervlakte van de gebieden waar schaliegas voorkomt volgens TNO. Er is nog een schaliepakket, de Geverik laag, in grote delen van Zeeland, Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Flevoland. Ga je uit van dezelfde ‘laterals’ als voor de Posidonia laag, dan kom je op een getal van 10 860 boringen, dus in totaal 16 640! Er ligt dan op kilometers diepte een heel tapijt van boorbuizen met een totale lengte van meer dan 3300 kilometer (de afstand van Nederland tot de vakantioorden aan de Rode Zee in Egypte), in een derde deel van Nederland.

 

Dat lijkt heel veel, maar in de Verenigde Staten werden in 2012 alleen al meer dan 22 000 putten geboord. Er zal niet overal geboord kunnen worden, en niet alle delen van de schaliegasgebieden zullen productief blijken te zijn, dus die 25 000 boorputten halen we niet. Er zijn aan het oppervlak beperkingen op het aantal boorputten. Bijvoorbeeld het Binnenhof in Den Haag zal ongemoeid gelaten worden, daar werken namelijk veel invloedrijke nimby’s. Ook in andere binnensteden zal het lastig boren zijn. Maar voor de rest zijn er veel meer mogelijkheden dan we soms denken. Zo wordt in de Halliburton studie ervan uitgegaan dat natuurgebieden niet van boringen gevrijwaard zullen worden. Het vraagt alleen een paar extra vergunningen, en die worden net als de vergunningen voor het boren ook door de minister van economische Economische Zaken verstrekt. In Amerika en Polen schrikt men er niet voor terug om dichtbij huizen en woongebieden te boren.

Laten we – met een natte vinger – van minder dan de helft van die 16 640 boorputten uitgaan, zo’n 8000. De putten worden op een aantal boorlocaties gecombineerd, gemiddeld 8 putten per boorlocatie. Dat levert dan 1000 boorlocaties op. Op die locaties staat vele maanden lang dag en nacht een boortoren te draaien met lawaai en licht, rijden honderden zware vrachtwagens af en aan, worden vele miljoenen liters water verbruikt wat sterk vervuild uit de putten weer omhoog komt en verwerkt moet worden. De gasinstallaties die achterblijven zorgen weer voor luchtvervuiling.

Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken wat dit voor de omwonenden betekent, voor hun gezondheid, voor de waarde van hun huis, voor het verkeer, en voor de natuur in de omgeving.