Commissie M.E.R. adviseert over Structuurvisie Schaliegas

Minister Kamp wil met een Structuurvisiedrillingsite laten onderzoeken of, en waar, er in Nederland naar schaliegas geboord kan worden. Voor zo’n structuurvisie is een onderzoeksrapport nodig wat de milieu-effecten van schaliegas beoordeelt: een Milieu-Effect Rapportage (M.E.R.). Of dat onderzoek op een goede manier is wordt uitgevoerd wordt door een vaste commissie van wetenschappers, de Commissie M.E.R., beoordeeld.

Vandaag is het advies van deze commissie over de opzet van het onderzoek bekend gemaakt. De commissie heeft daarbij ook gekeken naar alle ‘zienswijzen’ en adviezen die wij – en u, uw gemeente en provincie, onze buren in Duitsland en Belgie  – hebben ingediend. Dat waren 1175 unieke zienswijzen, uit dit grote aantal reacties blijkt dat heel veel mensen zich zorgen maken over schaliegas. Ook is duidelijk dat de commissie goed naar die zienswijzen gekeken heeft.

We zijn vooral blij dat de commissie in navolging van ons advies, erop wijst dat ook het alternatief ‘geen schaliegas’ wordt onderzocht om nut en noodzaak van schaliegas te onderzoeken – dat was eerst niet duidelijk.

Ook wil de commissie duidelijkheid over wat voor vormen van olie- en gasboringen er precies onder het onderzoek vallen. Gaat het alleen over schaliegas, of worden andere vormen van onconventionele olie- en gaswinning, zoals steenkoolgas, tight gas, schalie-olie en ondergrondse kolenvergassing ook in het onderzoek betrokken?

De ‘waar’ vraag moet ook goed onderbouwd worden volgens de commissie. Bijvoorbeeld: Waarom wordt elite-natuur in Natura-2000 gebieden wel uitgesloten van schaliegaswinning en wordt het kleinere, mooie natuurgebiedje van Natuurmonumenten waar u zo van kunt genieten wel (letterlijk) vogelvrij?

De commissie wil duidelijke kaarten zien waarop u kunt zien waar en waarom er in het ene gebied wel, en in het andere gebied niet naar schaliegas geboord kan worden. Ook moet rekening gehouden worden met alle andere activiteiten in de ondergrond. We twijfelen er niet aan dat er dan niet veel ruimte voor die duizenden booputten overblijft.