Kamerbrief over schaliegas milieu-effectrapportage.

CSGMinister Kamp heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met antwoorden op de vragen die de kamerleden hadden gesteld over de milieu-effect rapportage (MER) over schaliegas. De MER is belangrijk, omdat er op basis van dit rapport in 2015 beslissingen worden genomen over schaliegas. Belangrijkste punten in de reactie van de minister zijn:

1. Het alternatief ‘geen schaliegas’ wordt niet in de MER opgenomen. Dat is ongebruikelijk voor een MER, om geen ‘nul alternatief’ te onderzoeken. Volgens de minister komt het wel in 2015 in een Energierapport, maar is het dus geen onderwerp van onderzoek in de MER. De MER wordt daardoor ongeloofwaardig.

2. Helemaal grijs wordt het al het om de natuur gaat. Alleen Natura2000 gebieden worden op voorhand uitgesloten, niet omdat die natuur zo mooi of waardevol is, maar omdat deze elitenatuur door de Europese regels veel strenger beschermd is. De overige natuur, zelfs nationaal beschermde natuurgebieden, is minder strak beschermd. Het gaat er niet om of de mensen in de omgeving genieten van die natuur, of die natuur zeldzaam of kwetsbaar is. Het gaat er alleen maar om: kunnen we de regels makkelijk opzij schuiven of niet.

3. De minister sluit schaliegasboren in door provincies aangewezen boringvrije zones niet uit! Die boringvrije zones zijn er niet voor niets – ze zijn er om ons drinkwater te beschermen.

4. Er wordt in de MER uitgegaan van een voorbeeldwinning van 13 boorlocaties, met ieder 10 putten. Die kan bij een ‘maximaal’ scenario van schaliegaswinning meerderdere keren in Nederland toegepast worden, dus een veelvoud van die 130 boorputten. Dat betekent al snel een miljard aan deelname van de staat in de boringen (via EBN), geld dat niet besteed wordt aan de noodzakelijke omschakeling naar duurzame energie.

5. Er wordt ook onderzocht wat het effect van de winning van schalie-olie is. Onder andere Schaliegasvrij Nederland heeft daarop aangedrongen. Dat zou mogelijk in delen van Brabant en Zuid-Holland kunnen worden gevonden. Schalie-olieboringen zijn net zo intensief als schaliegasboringen.

6. De minister wil ook lagere overheden een rol gaan geven bij de beslissingen over boringen, maar dat zal niet meer zijn dan een adviserende rol.

7. Een opmerkelijk zinnetje in het antwoord van de minister: ‘De minister is bereid lessen te trekken uit Groningen, maar ziet daar nog geen redenen voor.’ Wat moeten we daar nu weer van denken? Is zelfs de ellende met de aardbevingen in Groningen niet genoeg om er lessen uit te trekken? In ieder geval trekken wij er wel een les uit: deze regering is ook niet te vertrouwen met schaliegas.

8. Nog een opmerkelijk bijzinnetje. In de onderzoekssubsidies die de Europese Unie via het programma Horizon 2020 aan wetenschappers verstrekt, zit ook een programma ‘Competitve low carbon energy’. Maar liefst 113 miljoen van dit programma wordt besteedt aan onderzoek naar schaliegas. Dat is niet ‘low carbon’, en betekent dus dat er onderzoekssubsiedies voor duurzame energie naar fossiele brandstoffen gaan.

Voor wie de ingewikkelde gang van zaken niet meer volgt: In 2013 heeft de minister besloten dat er een nieuw onderzoek naar schaliegas moet komen, een ‘milieu-effect rapportage’ (MER). Deze is gekoppeld aan een ‘Structuurvisie Schaliegas’. In de dit voorjaar verscheen de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau’ waarin wordt uitgelegd wat men wil onderzoeken in de MER. Op die notitie kon het publiek reageren, en daar is veel gebruik van gemaakt. Vervolgens heeft de Commissie MER, een commissie die alle milieu-effectrapportages op hun kwaliteit moet beoordelen, die reacties gelezen en er advies over gegeven aan de minister. Aan de hand van die reacties en het advies van de Commissie MER hebben de Tweede Kamer leden vragen aan de minister gesteld. Hulde aan met name de fracties van D66, SP, GroenLinks en Christen Unie die scherpe vragen stelden.